Nieuwe ondernemersaftrek: hoeveel houdt u er als zelfstandige aan over?
Wie als zelfstandige via een eenmanszaak werkt, krijgt vanaf inkomstenjaar 2027 een bijkomende fiscale aftrek. Daarmee wil de wetgever de belastingdruk op zelfstandige beroepsinkomsten verlichten. Het voordeel bedraagt echter niet zomaar 10% minder belasting: de aftrek verlaagt het belastbare inkomen en is begrensd.
Ook voor zelfstandigen in bijberoep
De ondernemersaftrek richt zich op natuurlijke personen die winst of baten behalen. Zowel een zelfstandige in hoofdberoep als iemand met een zelfstandige nevenactiviteit kan ervoor in aanmerking komen. De regeling geldt binnen de personenbelasting en, onder de toepasselijke voorwaarden, de belasting van niet-inwoners. Vennootschappen kunnen deze aftrek niet toepassen.
De eerste toepassing betreft de inkomsten van 2027, die worden aangegeven voor aanslagjaar 2028.
Een percentage met een plafond
Voor de berekening vertrekt men van de in aanmerking komende winst of baten na beroepskosten en verrekening van beroepsverliezen. Daarop wordt een aftrek van 10% berekend, tot het toepasselijke jaarlijkse maximum.
De wet legt het niet-geïndexeerde plafond vast op € 311 voor aanslagjaren 2028 en 2029. Vanaf aanslagjaar 2030 wordt dat € 415. In de communicatie over de hervorming worden hiervoor bedragen van respectievelijk € 620 en € 830 genoemd. Het definitieve geïndexeerde plafond moet telkens voor het betrokken aanslagjaar worden gecontroleerd.
Bij een gemeenschappelijke belastingaangifte wordt de aftrek voor elke partner afzonderlijk berekend, vóór toepassing van het huwelijksquotiënt.
Niet alle beroepsinkomsten tellen mee
Bepaalde inkomsten blijven buiten de berekeningsbasis. Dat geldt onder meer voor presentiegelden, bepaalde mandaatvergoedingen, vergoedingen voor tijdelijke inkomensderving en afzonderlijk belaste inkomsten. Ook inkomsten uit activiteiten als zelfstandige helper en het aan een meewerkende echtgenoot toegekende inkomen volgens artikel 86 WIB 92 zijn uitgesloten.
Een meewerkende echtgenoot kan eventueel wel aanspraak maken op de aftrek voor eigen winst of baten die aan de voorwaarden voldoen.
Wat betekent dat voor uw belastingfactuur?
Een aftrek verlaagt het inkomen waarop belasting wordt berekend. Hoeveel u daardoor bespaart, hangt onder meer af van uw belastingtarief en de gemeentelijke opcentiemen.
Neem een zelfstandige met € 40.000 aan inkomsten die volledig in aanmerking komen. De berekening van 10% levert € 4.000 op, maar het jaarlijkse plafond beperkt de aftrek.
Als dat plafond € 620 bedraagt en de volledige aftrek een belastingbesparing oplevert tegen een marginaal tarief van 50%, bedraagt het voordeel € 310 vóór gemeentebelasting. Bij 8% gemeentelijke opcentiemen komt de besparing in dit vereenvoudigde voorbeeld uit op € 334,80.
Waarop moet u letten?
Voor een correcte toepassing zijn vooral de samenstelling van uw beroepsinkomsten en het jaarlijkse plafond van belang. Het aftrekbedrag is immers niet gelijk aan het bedrag dat u uiteindelijk minder betaalt. De praktische verwerking moet worden nagegaan zodra de aangifte en toelichting voor aanslagjaar 2028 beschikbaar zijn.
"*" indicates required fields