Liquidatiereserves uitkeren bij vereffening: let op bij voortzetting van uw activiteit

Een vennootschap vereffenen en vervolgens de beroepsactiviteit via een andere vennootschap voortzetten, kan onverwachte fiscale gevolgen hebben.

Sinds 1 juli 2026 geldt een specifieke antimisbruikregel die het belastingvoordeel op uitgekeerde liquidatiereserves onder bepaalde voorwaarden terugneemt.

 

Waarom een vereffening fiscaal aantrekkelijk kan zijn :

Kleine vennootschappen kunnen winst na vennootschapsbelasting onderbrengen in een liquidatiereserve. Bij de aanleg betaalt de vennootschap een afzonderlijke aanslag van 10% op het gereserveerde bedrag.

Bij een latere dividenduitkering is doorgaans nog roerende voorheffing verschuldigd.

Het tarief hangt af van de ouderdom van de reserve en de toepasselijke regeling.

Voor oudere reserves kan na vijf jaar bijvoorbeeld nog het tarief van 5% gelden. Voor recentere reserves bedraagt het tarief na de vereiste driejarige wachttermijn 9,8%.

Wordt de liquidatiereserve bij de vereffening uitgekeerd, dan is daarop in beginsel geen bijkomende roerende voorheffing verschuldigd. De afzonderlijke aanslag die bij de aanleg werd betaald, blijft wel behouden.

 

Een andere vennootschap biedt niet automatisch een nieuwe start : 

Dat gunstige vereffeningsregime kan aanleiding geven tot een constructie waarbij een ondernemer zijn vennootschap opdoekt, de liquidatiereserves zonder bijkomende heffing ontvangt en dezelfde werkzaamheden vervolgens via een andere vennootschap voortzet.

De nieuwe antimisbruikbepaling viseert dergelijke situaties. Ze kan spelen wanneer de ontvanger van het vereffeningsdividend binnen drie jaar na de toekenning of betaalbaarstelling ervan rechtstreeks of onrechtstreeks een bedrijfsleidersfunctie uitoefent in een vennootschap met dezelfde of gelijkaardige activiteiten.

Het hoeft daarbij niet om een nieuw opgerichte vennootschap te gaan. Ook een overstap naar een bestaande vennootschap kan onder de regeling vallen. Bovendien is niet alleen een formeel bestuursmandaat relevant: bepaalde leidinggevende werkzaamheden kunnen eveneens worden geviseerd.

 

Welke belasting kan alsnog volgen?

Wanneer de antimisbruikregel van toepassing is, wordt de betrokken uitkering alsnog als belastbaar dividend behandeld. De belastingplichtige moet dat dividend opnemen in de aangifte personenbelasting voor het jaar waarin het geviseerde feit zich voordoet. Daarop is in beginsel 30% belasting verschuldigd.

Die belasting komt bovenop de afzonderlijke aanslag bij de aanleg van de liquidatiereserve. Spreken van een totale heffing van “40% roerende voorheffing” is echter onjuist: het gaat om verschillende heffingen, waarvan de gezamenlijke effectieve belastingdruk afzonderlijk moet worden berekend.

Niet-fiscale redenen kunnen het verschil maken

De regeling laat tegenbewijs toe. De belastingplichtige kan aantonen dat de betrokken verrichtingen hoofdzakelijk door andere motieven dan belastingontwijking worden verantwoord.

Een gewijzigde beroepssituatie of een aanvankelijk definitieve stopzetting die door latere omstandigheden wordt herzien, kan daarbij relevant zijn. Zulke omstandigheden vormen evenwel geen automatische vrijstelling. De concrete feiten en de beschikbare bewijsstukken blijven doorslaggevend.

Voor een arts die na de vereffening via een andere vennootschap vergelijkbare medische activiteiten blijft uitoefenen, verdient de regeling bijzondere aandacht. Alleen veranderen van vennootschap of ziekenhuis volstaat niet om buiten het toepassingsgebied te blijven.

 

Documenteer de redenen voor uw beslissing

Wie een vereffening overweegt en mogelijk actief blijft via een andere vennootschap, laat de gevolgen daarvan het best vooraf beoordelen. Leg de zakelijke en persoonlijke redenen voor de stopzetting en eventuele voortzetting zorgvuldig vast. Die onderbouwing kan bepalend zijn voor het behoud van het fiscale voordeel.

Contacteer ons gerust !

"*" indicates required fields

This field is for validation purposes and should be left unchanged.